Nederlands
Existence................. het bestaan Life.......................... het leven Being [noun]............ het wezen I was......................... ik was/ben geweest he was...................... hij was/is geweest they were.................. zij waren/zijn geweest I am.......................... ik ben you are..................... jij bent He is......................... hij is they are..................... zij zijn I will be...................... ik zal zijn he will be................... hij zal zijn they will be................ zij zullen zijn there was.................. er was there will be (a ...).......er zal (een ...) zijn it existed............... er bestond The girl is a student
Het meisje [is] een studente (of a university) / leerling(of a primary orsecondary school) The boy is being kind...................... .......De jongen [is] vriendelijk The building has existed for ten yearsDat gebouw [bestaat] al 10 jaar
The girl is runningquickly...............Het meisje [rent] snel
The boy is handsome .....................De jongen [is] knap The man is adoctor..........................De man [is] dokter/ arts I believe in the existence ofatoms(1).Ik [geloof] in atomen.(2) Ik [geloof] dat er atomen {bestaan}. (3) Ik [geloof] in *het bestaan* van atomen.
(brackets: verb, accolades: infinitive, asterisks: noun) Life exists on earth....................(1) Er [is] leven op aarde. (2) Er [bestaat] leven op aarde.(3) Op aarde [bestaat] leven.
I like being a student ................Ik [vind] het leuk om student {te zijn}
I enjoy being alive.............................(1) .Ik [vind] het leuk om {te leven}(2) Ik [geniet] van het leven
I love him/her with my whole 'Being.'.Ik [hou van] hem/haar met heel mijn wezen = Ik [hou van] hem/haar met heel mijn hart (I love him/her with whole myheart)
If there are any questions left, mail me:
maartjeswart@hotmail.com Maa |